Rekenmodules die het aantal BHV’ers in een organisatie berekenen, houden geen rekening met de specifieke branche- en bedrijfsrisico’s. Helaas blijkt in de praktijk dat bedrijven nog te vaak te weinig BHV’ers in huis hebben, merkt veiligheidsadviseur Ramon Janssen van JTI.

Afgelopen zomer testte ik een aantal rekenmodules die berekenen hoeveel BHV’ers een organisatie in huis moet hebben. Ik wisselde het aantal medewerkers, voerde verschillende soorten bedrijven in – een petrochemisch bedrijf, een zorginstelling of een kantooromgeving. Wat me opviel, onderaan de streep maakte het niet uit in welke sector mijn onderneming werkzaam was, het aantal BHV’ers dat ik zou moeten inzetten, bleef hetzelfde.

Het doet me vermoeden dat deze modules nog rekenen met de oude Arbowet, die is veranderd in 2007. De oude wet zei dat een organisatie op vijftig medewerkers één BHV’er in huis moest hebben. De wet is aangepast, omdat deze wet niets zegt over de specifieke risico’s van een bedrijf. De inrichting van het bedrijf, vakanties, ziektes en werktijden van werknemers of de zelfredzaamheid werden in deze wet niet meegenomen.

Helaas merk ik in de praktijk dat veel organisaties gemiddeld op vijftig medewerkers één BHV’er hebben. Deze bedrijven houden dus ook geen rekening met risicofactoren per bedrijf en per sector. En voldoen niet aan de nieuwe wet uit 2007 die zegt dat het aantal BHV’ers afgestemd moet zijn op de bedrijfsspecifieke risico’s.

Risico’s verschillen per bedrijf

Hoewel de branche bij veel van deze rekenmodules moet worden ingevuld, wordt er geen rekening mee gehouden. En de branche is een belangrijke variabele bij de berekening van het aantal BHV’ers. Een petrochemisch bedrijf heeft logischerwijs meer BHV’ers nodig dan een kantoor. Maar ook binnen een branche kan het aantal BHV’ers per organisatie verschillen. Het ene petrochemische bedrijf kan benzine verhandelen, het andere heeft meststoffen op voorraad. Dat eerste bedrijf werkt vooral met ontvlambare stoffen, terwijl het andere bedrijf werkt met stoffen waarbij door ontbinding giftige gassen kunnen vrijgekomen. Dat levert heel andere risico’s op bij de opslag en de beveiliging ervan. Hetzelfde geldt voor zorginstellingen. Een ziekenhuis dat ligt in een bosrijke omgeving heeft met heel andere risico’s te maken dan een ziekenhuis dat naast de snelweg ligt. Ook het aantal niet-zelfredzame cliënten per gang of compartiment kan per zorginstelling verschillen.

Het bereken van het aantal BHV’ers is niet gemakkelijk. De berekening voor een klein kantoor is relatief snel gedaan. Maar in de calculatie voor een grote organisatie – bijvoorbeeld een grote zorginstellingen die te maken hebben met veel niet-zelfredzame cliënten – gaat veel tijd en kennis zitten.

De omgeving en de inrichting van een organisatie spelen een belangrijke rol bij de bepaling van het aantal BHV’ers. En eigenlijk zijn die risico’s alleen te bepalen als je de omgeving van het bedrijf hebt verkent of als je de inrichting van een organisatie hebt onderzocht. Een veiligheidsadviseur moet dat echt ter plaatse doen, een simpele rekenmodule kan die factoren niet meenemen in een berekening.

Wilt u weten hoeveel BHV’ers uw organisatie nodig heeft?
JTI heeft jarenlange ervaring met het maken van deze berekening en komt graag bij uw organisatie langs voor een inventarisatie. Neem geheel vrijblijvend contact met ons op.